Arcen ligt al eeuwen aan de oever van de Maas. Door deze ligging was het dorp vanaf de middeleeuwen een plaats waar water en land elkaar ontmoetten — een ideale verbinding voor handel en vervoer over de rivier.
Rond 1330 scheidde Arcen zich af van Straelen en werd het een zelfstandige heerlijkheid. In datzelfde jaar kreeg Arcen stapelrecht aan de Maas: de verplichting voor schippers om hun goederen eerst in Arcen aan te bieden voordat ze verder mochten varen. Daardoor werd er veel handel gedreven en was het dorp een belangrijke schakel naar het achterland.
Hoewel Arcen nooit officiële stadsrechten kreeg, had het in de 14e en 15e eeuw toch een stadse kenmerken met een omwalling en poorten om zich te beschermen en zijn positie langs de Maas te verstevigen. Een restant van een poortgebouw is te zien in Arcen langs de Maas: de Schanstoren. Het stapelrecht en de marktrechten versterkten de handelsfunctie van Arcen nog verder.
Rondom de rivier en het dorpskerngebied ontstond daardoor een levendige handelsomgeving met verbindingen over water naar andere plaatsen langs de Maas. De ligging aan de Maas en de handelsrechten maakten Arcen een belangrijke schakel in de regionale economie.